Dienstmeisjes krijgen hun naam terug

Museumbezoekers buigen zich over een geopende koffer met oude fotos en een schort

Ergens ligt een dagboek van een jonge vrouw die haar dagen verdeelde tussen de keuken van een koster in Gorredijk, de kerk en de vraag of ze ooit iets anders zou doen. Wie het nu leest, leest het leven van een moeder voordat ze iemands moeder was. Haar zoon, Ben Hogeterp, is blij dat ze in het zonnetje wordt gezet.

Museum Opsterland opende de tentoonstelling Koffer vol verhalen, over dienstmeisjes die tussen ongeveer 1890 en 1935 in gezinnen en op boerderijen werkten. Rond 1900 zou naar schatting ongeveer 45 procent van de werkende vrouwen als dienstmeisje hebben gewerkt, meldt Omrop Fryslân. Friese meisjes hadden een goede naam in het westen van het land: “Die stonden bekend om hun harde werken”, zegt projectcoördinator Suzan van Loo. Een van de geportretteerden, Sophia van der Sluis uit Gorredijk, vertrok aan het eind van de negentiende eeuw in haar eentje uit Friesland en kwam volgens de familieverhalen in Parijs terecht, in dienst bij actrice Sarah Bernhardt.

Vijf van de zeven vrouwen op die foto hebben nu een naam

Het mooiste onderdeel van dit project is geen schilderij maar een foto: zeven dienstmeisjes uit Gorredijk, zonder onderschrift. Na een oproep werden vijf van de zeven geïdentificeerd. Twee bleven onbekend. Een van de vrouwen die wél een naam terugkreeg, is Geertje Holtrop.

Dat is het verschil tussen een portret en een groepsfoto, en het is precies waarom portretkunst eeuwenlang duur was. Wie geschilderd werd, was iemand met een naam. Wie op een gezamenlijke foto stond, was personeel. Dienstmeisjes komen in de kunstgeschiedenis vooral voor als decor: het meisje met de kan, de figuur op de achtergrond bij een keukentafel. Van het melkmeisje van Vermeer, dat in dit land eindeloos aan de muur hangt, weten we nog steeds niet wie er model stond.

Een schort maakt van een persoon een type

Van Loo zegt te hopen dat bezoekers anders naar het beroep gaan kijken dan naar “een mevrouw met een zwarte jurk en een wit schortje”. Dat is een uitspraak over kleding, en toch gaat hij over beeld. Zodra een beroepsgroep een uniform krijgt in de verbeelding, verdwijnt het gezicht eronder. Je ziet dat aan elke visserstrui, elke boerenkiel en elk verpleegstersmutsje in de Nederlandse beeldcultuur: het kostuum wordt het onderwerp.

Wij vinden een tentoonstelling die dat omdraait waardevoller dan de zoveelste stijlretrospectieve. En eerlijk is eerlijk, daar zit ook onze eigen zwakke plek in: het is verleidelijk om zo’n project vooral menselijk mooi te vinden en de vraag te laten liggen wat er nu eigenlijk hangt. Dagboeken en gebruiksvoorwerpen zijn krachtig materiaal, maar het zijn geen kunstwerken, en een museum dat het van persoonlijke verhalen moet hebben, wordt een archief met vitrines. De kunst zit hier in de keuze wie je in beeld brengt, niet in wat er aan de muur hangt.

De oudste persoon in je familie is de laatste bron die je hebt

Bijna elke familie heeft er een: een foto uit de vorige eeuw waarop iemand staat van wie de naam is verdwenen. Pak vanavond die doos, leg de foto’s op tafel en zet met potlood op de achterkant wat je nog zeker weet. De oudste persoon in de familie die je kunt bellen is meestal de enige bron die er nog is, en die bron heeft een houdbaarheidsdatum. Wie zo’n foto daarna wil bewaren, kiest voor de muur eerder dan voor de la; over wat een portret op de muur doet, schreven we bij een persoonlijk schilderij aan de muur, en over het formaat dat daarbij past bij het kiezen van het juiste formaat.

Wie krijgt straks de lezing, en wie het portret?

Het museum plant lezingen, workshops en een educatief programma voor scholen, plus activiteiten in verzorgingstehuizen. Dat laatste is slim: daar zitten de vrouwen die dit werk nog van dichtbij kennen. De vraag die daarna telt is of die verhalen na de tentoonstelling ergens blijven staan, of dat de koffer weer dichtgaat. Twee namen op die foto uit Gorredijk zijn nog onbekend, en zolang dat zo is, is het project niet af.

Start wand quickscan →