Het Rijksmuseum heeft een tekenboek uit de zeventiende eeuw cadeau gekregen met dertig tekeningen die er nog uitzien zoals ze bedoeld waren. Niet verbleekt, niet vergeeld. De reden is simpel en voor iedereen met werk op papier aan de muur interessant: dit boek heeft bijna nooit licht gezien.
Driehonderd jaar in een la
Het zogeheten Van Eeghen Tekenboek was driehonderd jaar in bezit van de Amsterdamse koopmans- en bankiersfamilie Van Eeghen. In al die tijd is het één keer tentoongesteld, in 1935. De rest van de tijd lag het dicht. Daardoor zijn de bladen volgens de NOS volledig intact gebleven — inclusief een reeks Bijbelse voorstellingen op paginagrote vellen, deels op blauw papier en met blauwe inkt.
Reken dat even door: sinds 1935 is het boek zo’n negentig jaar niet in de etalage geweest. Dat is de hele truc. Licht is voor werk op papier geen gezelligheid maar slijtage, en die slijtage komt nooit terug.
Wie was Rombout Uylenburgh
Een deel van de tekeningen is van de Friese schilder Rombout Uylenburgh. Van hem is weinig bekend: naast een klein aantal schilderijen doken er na zijn leven maar twee tekeningen op, waarvan er één in het Rijksmuseum ligt. Uylenburgh werd rond 1580 in Friesland geboren, verhuisde met zijn familie naar Krakau en werkte daar als hofschilder voor de Poolse koning Sigismund III. Later vestigde hij zich in Danzig. Na zijn dood in 1627 of 1628 raakte hij in de vergetelheid.
Zijn familie juist niet. Broer Hendrick vestigde zich rond 1625 in Amsterdam en werd de kunsthandelaar van Rembrandt. Saskia, met wie Rembrandt trouwde, was Uylenburghs nicht. De toeschrijving kwam pas twintig jaar geleden op gang, toen de toenmalige eigenaar C.P. van Eeghen (1921-2014) een verband legde met een werk in het Rijksmuseum. Conservator Erik Löffler van het RKD publiceerde die toeschrijving in 2013. Hoofddirecteur Taco Dibbits noemt het boek een hoogtepunt van de Nederlandse tekenkunst.
Wat dit betekent voor je eigen werk aan de muur
Het nieuws is een schenking, maar de les gaat over licht. Papier, aquarel, inkt en veel acryl- en waterverfpigmenten verkleuren onder licht, en dat proces stopt niet als je het schilderij later verhangt. Musea tonen zulke bladen daarom kort en bewaren ze verder donker. Thuis kun je hetzelfde principe op een praktische manier toepassen:
- Hang werk op papier nooit tegenover een raam op het zuiden. Een muur haaks op het licht scheelt het meeste.
- Kies glas of plexiglas met UV-filter voor alles wat je zelf op papier maakt of laat inlijsten.
- Heb je een serie? Wissel ze af en laat de rest plat en donker liggen. Dat is precies wat de familie Van Eeghen per ongeluk driehonderd jaar heeft gedaan.
Werk op doek is een stuk minder gevoelig, en dat is een van de redenen dat een persoonlijk schilderij aan de muur jaren goed blijft terwijl een print op papier na een zomer al doffer oogt. Laat je een foto printen of schilderen, dan is die keuze dus meer dan smaak.
En wil je zelf aan de slag met de oude meesters: begin bij Van Gogh zelf schilderen. De blauwe inkt uit dit tekenboek is trouwens een aardige oefening op zich — één kleur, alleen lijn en toon.
